Peter van Mulkom (voorzitter ROC Nijmegen): “Studiebegeleiding vraagt om maatwerk, tussenjaar dus ook”

Hoe staat het ervoor met de doorstroming en uitval in het mbo? En welke rol kan een tussenjaar hierbij spelen? We vroegen Peter van Mulkom, voorzitter College van Bestuur ROC Nijmegen, naar zijn visie op de ontwikkelingen.

Peter, hoe kijk je aan tegen het fenomeen tussenjaar?

Ik vind dat je een tussenjaar niet standaard moet stimuleren. Anders zit er in het onderwijssysteem iets fundamenteel niet goed. Een tussenjaar is een beetje een modewoord geworden. Het mag geen doel op zich zijn. Je moet het niet institutionaliseren. Het is ook lang niet altijd succesvol. Een tussenjaar kan een risico zijn. Zeker als de achterliggende problematiek onvoldoende wordt gezien of als het teveel beschouwd wordt als een normaal situatie om je keuzebeslissing uit te stellen. Anderzijds moeten scholen ook niet denken dat ze het monopolie hebben. Zij moeten open staan voor de mogelijkheden van tussenperioden.

Hoe gaan jullie hiermee om bij ROC Nijmegen?

Uiteindelijk willen we leerlingen op het spoor zetten naar een diploma. Het is de taak van het onderwijs om de overgang van voortgezet onderwijs naar vervolgopleidingen zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. En vervolgens de begeleiding van leerlingen zoveel mogelijk zelf te organiseren. Wij werken hier bewust aan door maatwerk te leveren. Daarnaast schakelen we met enkele externe specialisten die het over kunnen nemen als de leerling om wat voor reden dan ook niet bij ROC Nijmegen past. Als ze hier even niet gedijen kunnen ze gebaat zijn bij een aparte setting. Het belang van de leerling staat voorop. Het is goed om hierin samen op te trekken.

Hoe zit het met de uitval in het onderwijs?

De uitval is te hoog, op alle onderwijsniveaus. Bij het mbo ligt het percentage voortijdige schoolverlaters hoger dan bij het hbo. Bij de hoogste mbo-niveaus 3 en 4 ligt dit landelijk op circa 3%, bij niveau 2 stijgt het al naar 9% en bij niveau 1 naar maar liefst 21%. Dat is veel te hoog. Bij Vavo is het 9%. Bij ROC Nijmegen ligt de gemiddelde uitval circa 10% onder het landelijk gemiddelde. We zitten ook ruim onder de landelijke norm.

Dit onderwerp is één van onze speerpunten en krijgt dan ook de hoogste prioriteit. Elke jongere die uitvalt is er één. Iedereen verdient respect en aandacht. Uitval is een groot risico. Zeker als er vanuit het thuismilieu weinig stimulans is. Dit kan leiden tot ongewenste effecten.

Hoe komt het dat er zo’n hoge uitval is?

Er zijn allerlei oorzaken mogelijk. Vaak zijn leerlingen in het voortgezet onderwijs onvoldoende voorbereid op de vervolgopleiding. In het middelbaar onderwijs moeten ze al vroeg een keuze voor een richting maken, terwijl ze er vaak nog niet aan toe zijn. Daarnaast speelt ook dat we als school heel direct te maken met maatschappelijke problemen bij jongeren. Drank, drugs, seksueel misbruik, eenzaamheid, depressieve neigingen. Je schrikt er echt van als je de cijfers ziet. En nog meer als je merkt dat het ook op jouw school aan de orde is.

Bij ROC’s heb je over het algemeen te maken nog zwaardere vraagstukken dan bij het hoger onderwijs. Ook zijn er kansarme jongeren, bijvoorbeeld omdat ze een beperking hebben, gelabeld zijn, met een rugzakje vanuit het vmbo zijn overgestapt of uit een kansarm milieu komen. Het wordt steeds complexer. Als onderdeel van de samenleving nemen we hierin onze verantwoordelijkheid.

Wat kan er gedaan worden om minder uitval te hebben?

Als de gap tussen vmbo en mbo te groot is, dan moeten onderwijsinstellingen zich inspannen om deze te verkleinen. Vmbo’ers moeten in een vroegtijdig stadium geïnformeerd worden over de vervolgmogelijkheden en gemotiveerd worden om hier bewust mee bezig te zijn. Als ROC Nijmegen werken we hier actief aan, samen met de voortgezet onderwijsinstellingen in de regio. Meer structureel op landelijk niveau speelt dat de vroege keuze voor een richting veel extra uitval kan veroorzaken. Het hbo hanteert het concept van een bredere bacheloropleiding. Op het mbo zou dit wat mij betreft als vertrekpunt ook een goede ontwikkeling kunnen zijn. Breed beginnen, inzetten op generieke skills en persoonlijke ontwikkeling, en smal eindigen, meer gericht op de B van Beroep. Studenten hebben dan meer tijd om zich breed te oriënteren. Waar wij vooral op inzetten is maatwerk.

Hoe werkt de begeleiding op maat bij ROC Nijmegen?

Ons expertisecentrum speelt hier een centrale rol. Iedere student heeft een eigen studieloopbaanbegeleider. Dit is een docent die bijhoudt hoe het gaat met het verloop van de totale opleiding van de leerling. Deze blijft in contact met de leerling en de ouders of verzorgers. Als er problemen zijn met de voortgang kijken ze samen naar de oorzaak en mogelijke oplossingen om van de studie een succes te maken. De school waar de leerling vandaan komt geeft vaak al informatie aan ons door. Deze komt in een doorstroomdossier dat we doornemen in een intakegesprek. Met deze informatie kijken we samen naar de manier van leven en leren van de leerling. Zo krijgen we op tijd een beeld van dingen die je opleiding lastiger kunnen maken. Onze studiebegeleiding noemen we begeleiding op maat.

Is er in het onderwijs voldoende aandacht voor talentontwikkeling?

Wat mij betreft mag hier veel meer focus op komen. Immers, zo’n 60% a 70% van je succes hangt af van je talent. Het is juist belangrijk dat leerlingen hun algemene skills goed ontwikkelen. Je ziet dat er ook in het bedrijfsleven steeds meer belang wordt gehecht aan talentontwikkeling. Steeds meer organisaties werken met een soort skills paspoort. We hebben zelf sinds kort ook een Talentlab: een plek waar studenten kunnen werken aan ‘buitengewone’ projecten, ideeën, initiatieven van zichtzelf of uit het werkveld, als aanvulling op hun lesprogramma.

ROC Nijmegen werkt samen met de Jonge Helden Academie? Wat spreekt je aan in hun aanpak?

Ik leerde ze kennen bij een workshop en was meteen onder de indruk van hun pedagogische begeleiding van leerlingen in een tussenjaar. Ik vroeg me eerst af: wat doet zo’n club nou precies? Vangen zij aan de achterkant jongeren op die op school niet goed gedijen? Of doen ze juist meer? Ik was hier nieuwsgierig naar. Het mooie van de Jonge Helden Academie is dat ze heel ambitieus zijn ingesteld. Ze denken vanuit een positief mensbeeld. De aanpak dwingt om aan jezelf te werken. Ze doen het volledig op maat. Er zijn diverse andere tussenjaarinitiatieven die meer van hetzelfde bieden, en vooral gericht zijn op hulp bij studie- of beroepskeuze in plaats van persoonlijke ontwikkeling. Jonge Helden Academie kijkt naar wat het beste is voor de persoon, ook al komen ze uiteindelijk niet bij hen in het traject. Zo kunnen we objectief en constructief met elkaar samenwerken.

Heb je een voorbeeld van een leerling die na uitval bij ROC Nijmegen naar de Jonge Helden Academie is gegaan?

Ja, een student van 17 jaar die bij ons was uitgevallen is via de reclassering bij de Jonge Helden Academie gekomen. In een groep van twaalf deelnemers is hij hier prima begeleid. De uitkomst is dat hij een onlangs een profcontract heeft ondertekend bij NEC Nijmegen. Zelf zegt hij hiervan: ‘Zonder het zelfinzicht dat ik hier heb gekregen was mij dat nooit gelukt. Dan was het helemaal misgegaan met mij.’ Een mooie manier om samen te investeren in de ontwikkeling van mensen.

Wat is jouw advies als het gaat om een tussenjaar?

Je moet een tussenjaar niet zien als het uitstellen van je keuze, maar vooral als een kans om te werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Maatwerk, daar gaat het om. Je wilt zorgen dat jongeren zichzelf empoweren. Dat ze zich bewust worden van wat bij hen past en de drijfveren hebben om een geschikte opleiding te volgen of na de opleiding goed verder te gaan.